user_mobilelogo

Expositie HVKMA

Expositieruimte is te bezoeken iedere dinsdag van 11.00 uur tot 16.00 uur. Kasteelplein Breda.

 

JavaScript must be enabled in order for you to use Google Maps.
However, it seems JavaScript is either disabled or not supported by your browser.
To view Google Maps, enable JavaScript by changing your browser options, and then try again.

Afdrukken

Generaal-majoor der Infanterie F.H.A. Sabron
Gouverneur der KMA van 1900 - 1905.

 Gouverneur Sabron

 

Voorganger
J.T.T.C. van Dam van Isselt
Overzicht Gouverneurs Opvolger
Jhr. L.C. van den Brandeler

 

Loopbaan

 

Frederik Henri Alexander Sabron werd op 17 mei 1849 te Utrecht geboren, bezocht de Middelbare School te Schoonhoven. Werd op 12 juli 1866 als cadet bij het wapen der infanterie toegelaten tot de Kon. Mil. Academie en volgde de opleiding in de periode 1866-1870.
Toen hij op 18 Juli 1870 de officiersrang bereikte werd hij ingedeeld bij het 6e Regiment Infanterie te Breda.
Hij had het geluk daar samen te werken met de 1e Luitenant A. E. van der Heide, in wie hij een uitstekend mentor vond. Daar hij bovendien veel aanleg had en beschikte over een sterke wilskracht en een goed verstand zou zijn studie veel resultaat opleveren.
In de loop der jaren ontwikkelde Sabron zich dan ook tot een der beste officieren van het Nederlandse leger en volgens zijn eigen getuigenis had hij voor zijn vorming ook zeer veel te danken aan Luitenant-generaal A. Kool, de latere Commandant van het Veldleger.  Na 2 jaar troependienst werd hij op 29 november 1872 als officier van politie geplaatst op de Kon. Mil. Academie en deze functie zou hij blijven uitoefenen tot november 1875.
Na met goed gevolg examen te hebben gedaan voor de toenmalige Krijgsschool voor officieren te Breda, volgde hij aldaar de opleiding tot 1878, waarna hem op 1 mei 1878 het brevet voor stafbekwaamheid werd uitgereikt. Tijdens de detachering aan de Krijgsschool werd hij op 25 december 1876 bevorderd tot 1e Luitenant der Infanterie. In mei 1878 werd hij weer teruggeplaatst bij het 3e Bataljon van het 6e Regiment Infanterie te Breda.
Op 1 april 1879 werd hij tewerkgesteld op het Bureau van de Chef van de Generale Staf. In oktober 1880 werd hij als adjudant toegevoegd aan de Bataljonscommandant van het 4e Bataljon van het 6e Regiment Infanterie en hier zou hij blijven tot juli 1884.
Op 8 juli 1884 werd hij bij keuze bevorderd tot Kapitein en zijn bijzondere verdiensten werden toen reeds erkend, omdat hij bijna 150 landgenoten voorbijging. Hij werd toen geplaatst bij het 4e Bataljon van het 4e Regiment Infanterie te Leiden. Op 15 juli 1886 werd hij overgeplaatst naar de Generale Staf en toegevoegd aan de Chef van de Generale Staf, Luitenant-generaal J. M. van der Star, terwijl hij van 1888 tot 1895 als Kapitein-adjudant was toegevoegd aan de Minister van Oorlog.
Op 14 februari 1895 werd hij bevorderd tot Majoor van de Generale Staf en benoemd tot Hoofd van de IIe Afdeling (Generale Staf) van het Departement van Oorlog.
Op 5 september 1898 werd hij bevorderd tot Luitenant-kolonel van de Generale Staf en in dat jaar werd hij benoemd tot Commandant van het 2e Bataljon van het 4e Regiment Infanterie te Leiden. Niet voor lange tijd echter, want met ingang van 16 oktober 1900 werd hij benoemd tot Gouverneur van de Kon. Mil. Academie. In november 1901 werd hij bevorderd tot Kolonel en op 16 oktober 1903 werd hij benoemd tot Adjudant in buitengewone dienst van H. M. de Koningin.
Op 1 mei 1904 werd hij bevorderd tot Generaal-majoor bij het wapen der infanterie en op 16 oktober 1905 werd hij op eervolle wijze ontheven van zijn commando als Gouverneur van de Kon. Mil. Academie, omdat hij benoemd werd tot Inspecteur van het Militaire Onderwijs.
Dit commando bekleedde hij tot 1 oktober 1907, toen hij werd bevorderd tot Luitenant-generaal en tevens werd benoemd tot Chef van de Generale Staf, in een periode dat Ridder van Rappard juist enkele maanden Minister van Oorlog was.
Maar reeds in het begin van 1908 volgde zijn benoeming tot Minister van Oorlog in het toen optredende Kabinet Heemskerk, als Chef van de Generale Staf werd hij opgevolgd door Generaal-majoor F. N.Thiange.
Het is Generaal Sabron gelukt gedurende zijn Ministerschap, dat wegens ziekte van de bewindsman van 4 februari 1909 tot 4 mei 1909 werd waargenomen door de Minister van Marine J. Wentholt, het z.g.n tweeploegenstelsel bij de infanterie in te voeren. Tevens werd tijdens zijn bewind bij K.B. van 16 april 1908, no. 79 een Raad van Defensie ingesteld, een college, waarin de Chef van de Generale Staf ambtshalve zitting heeft en dat zich in verschillende vormen tot in de huidige tijd heeft weten te handhaven.
Vanwege zijn wankele gezondheid zag hij zich op 27 juli 1909 genoodzaakt aan H.M, de Koningin ontslag uit zijn ambt te verzoeken, Omdat de taak hem te zwaar was. Het ontslag werd hem op de meest eervolle wijze verleend, maar toen Generaal-majoor Thiange op 6 januari 1910 overleed was Sabron in zoverre hersteld, dat hij met ingang van 1 februari 1910 voor de tweede maal ging optreden als Chef van de Generale Staf.
Zijn gezondheidstoestand liet echter spoedig te wensen over en daar- door zag hij zich gedwongen op 1 juli 1910 pensioen aan te vragen en om dezelfde reden kon hij in 1913 ook geen bevestigend antwoord geven toen hem werd gevraagd lid te worden van de Raad van State.
Generaal-majoor Sabron heeft vele boeken op zijn naam staan. Hij had een voorliefde voor onderwerpen, die verband hielden met de Napoleontische periode, waarover hij een 5-tal boeken publiceerde.
Behalve een boek, dat de geschiedenis van de M.W.O. weergeeft, schreef hij nog tal van artikelen over krijgsgeschiedkundige, krijgskundige en militair-rechtelijke onderwerpen.
Hij was Adjudant in buitengewone dienst van H.M. de Koningin, Commandeur in de orde van de Nederlandse Leeuw en drager van verschillende buitenlandse ridderorden.