user_mobilelogo

Expositie HVKMA

Expositieruimte is te bezoeken iedere dinsdag van 11.00 uur tot 16.00 uur. Kasteelplein Breda.

 

JavaScript must be enabled in order for you to use Google Maps.
However, it seems JavaScript is either disabled or not supported by your browser.
To view Google Maps, enable JavaScript by changing your browser options, and then try again.

Afdrukken

Kolonel van de Generale Staf  J.C.C. den Beer Poortugael 
Gouverneur der KMA van 1883 - 1885.
Gouverneur Beer Poortugael

 

Voorganger
M.C.F. Simon
Overzicht Gouverneurs Opvolger
L.G. Berends

 

 

Loopbaan

J.C.C. den Beer Poortugael werd in het jaar 1832 geboren en volgde in de jaren 1848-1852 een vierjarige opleiding aan de KMA als cadet bij het wapen der infanterie. Op 8 juli 1852 werd hij benoemd tot 2e Luitenant der Infanterie en geplaatst  bij het 4e bataljon van het 4e Regiment Infanterie te 's-Hertogenbosch.
Op 1 mei 1854 werd hij met het 4e bataljon van het 4e Regiment Infanterie overgeplaatst naar Vlissingen en in 1855 volgde zijn plaatsing bij het 2e bataljon van het 6e Regiment infanterie te Delft.
Op 2 april 1856 werd hij bevorderd tot 1e Luitenant der Infanterie.
In mei 1861 kwam hij met het 2e bataljon 6e R.I. naar Breda, vanwaar Luitenant den Beer Poortugael werd gedetacheerd bij het ,,Bureau personeel en militaire zaken van het Ministerie van Oorlog".  Op 15 september 1865 werd hij bevorderd tot Kapitein der Infanterie, werd administratief ingedeeld bij het 4e Regiment Infanterie, maar bleef gedetacheerd bij het Ministerie van Oorlog.
In 1868 werd hij als Kapitein van de Generale Staf toegevoegd aan de Chef van de Generale Staf en als zodanig werd hij het jaar daarna benoemd tot leraar aan de Stafschool te Breda, waar hij doceerde in de vakken strategie en krijgsgeschiedenis, oorlogsspel en toegepaste tactiek.
In september 1874 werd hij bevorderd tot Majoor van de Generale Staf en benoemd tot Directeur van de Stafschool (vanaf 1875 krijgs school voor officieren) te Breda. Het Directeurschap over de krijgsschool bekleedde hij tot 1876, want in dat jaar werd hij benoemd tot Intendant der 2e klasse en waarneming Hoofd-intendant van het leger
 In november 1876 werd hij dan ook bevorderd tot Luitenant- Kolonel-Intendant der 2e klasse en twee jaar later werd hij Hoofd van de 8e Afdeling (Intendance) van het Departement van Oorlog.
In het voorjaar van het jaar 1879 werd de toenmalige Luitenant- Kolonel den Beer Poortugael aangezocht om als Minister van Oorlog op te treden in het Ministerie Kappeyne van de Coppello omdat de Minister van Oorlog J. K. H. de Roo van Alderwerelt op 30 december 1878 was overleden.
De functie van Minister van Oorlog werd door hem uitgeoefend tot 20 augustus 1879 toen het Ministerie aftrad na een voorstel tot grondwetsherziening.
Aansluiting werd hij op 3 oktober 1879 bevorderd tot Kolonel van de Generale Staf en bleef hij ter beschikking van de Minister van Oorlog tot het jaar 1880 toen hij werd benoemd tot Directeur van Militaire Verkenningen. Tot 1883 werd deze functie door hem uitgeoefent en in dit jaar werd hij op 26 augustus benoemd tot Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie, als opvolger van Kolonel Simon, die om gezondheidsredenen zijn functie als Gouverneur had moeten neerleggen.
Op 4 september 1883 werd het Cadetten Korps aan de nieuwbenoemde Gouverneur voorgesteld. Onder het bestuur van Kolonel den Beer Poortugael werd voor de cadetten een kantine ingericht, speciaal voor de cadetten van het 1e studiejaar, die op zondagen slechts tot zonsondergang uit mochten gaan en om alle cadetten in de gelegenheid te stellen iets in de kantine te gebruiken als zij geen invitatie hadden van families uit de stad.
Op 15 februari 1885 werd Kolonel den Beer Poortugael bevorderd tot Generaal-Majoor en gelijktijdig benoemd tot Inspecteur van het Militair Onderwijs, een functie die hij tot 1887 uitoefende.

Tijdens de jaren 1887-1889 was hij commandant van de 3e Divisie Infanterie, o.m. bestaande uit het 2e, 3e en 6e Regiment Infanterie, waarvan het Hoofdkwartier in Breda was gevestigd.
Tenslotte was hij in de jaren 1889-1891 Commandant van de Stelling van Amsterdam, waarbij hij tevens belast was met het bevel over de te Militaire Afdeling, waarbij zijn standplaats Amsterdam was.
Het einde van zijn militaire carrière kwam in 1891 toen hij werd gepensioneerd maar dit bracht echter geenszins een einde aan zijn werkzaam leven. Dit bleek o.m. door zijn benoeming in 1892 tot lid van de Raad van State.
Vanwege zijn vele verdiensten werd hem in 1899 de titulaire rang van Luitenant-Generaal verleend en in het jaar 1903 werd Luitenant-Generaal den Beer Poortugael in de Nederlandse adelstand verheven waarbij hem het predicaat van Jonkheer werd verleend.
Hij vertegenwoordigde Nederland herhaalde malen bij internationale conferenties en zo was hij in 1907 gevolmachtigd regeringsvertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de Tweede vredesconferentie.
Verschillende publicaties over oorlogsrecht en op tactisch gebied staan op zijn naam en na een zeer werkzaam leven overleed hij op 80 jarige leeftijd te 's-Gravenhage in het jaar 1913