user_mobilelogo

Expositie HVKMA

Expositieruimte is te bezoeken iedere dinsdag van 11.00 uur tot 16.00 uur. Kasteelplein Breda.

 

JavaScript must be enabled in order for you to use Google Maps.
However, it seems JavaScript is either disabled or not supported by your browser.
To view Google Maps, enable JavaScript by changing your browser options, and then try again.

Afdrukken

Majoor van de Generale Staf J.M. van der Star.
Gouverneur der KMA van 1871 - 1872
Gouverneur Star

 

Voorganger
A. Engelvaart
Overzicht Gouverneurs Opvolger
A. Engelvaart

 

 

Loopbaan

Johannes Mattheus van der Star werd geboren in het jaar 1827 en nadat hij een officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie had gevolgd werd hij in 1845 benoemd tot 2e Luitenant bij het wapen der Artillerie. Na zijn benoeming tot officier werd van der Star geplaatst bij de 9e Compagnie van het 2e Regiment artillerie te Bergen op Zoom, waarna hij in 1846 werd overgeplaatst naar de 7e Compagnie van hetzelfde Regiment, eveneens te Bergen op Zoom In 1848 volgde zijn plaatsing bij de 7e Compagnie van het 2e Regiment Vestingartillerie in dezelfde standplaats, weliswaar voor korte tijd, want in 1849 werd hij overgeplaatst naar het Korps Pontonniers, dat toentertijd in administratie was bij de Veldartillerie.
Op 14 november 1851 werd de 2e Luitenant van der Star tewerkgesteld op de Koninklijke Militaire Academie en ingedeeld bij de 4e Compagnie Cadetten, terwijl hij tevens theorie en praktijk gaf in de artilleriewetenschappen.
In november 1852 werd van der Star bevorderd tot 1e Luitenant der artillerie en ingedeeld bij de Generale Staf. Hij bleef echter op de K.M.A. werkzaam tot 1 september 1853 toen hij werd overgeplaatst naar de Militaire Verkenningen.
De functie bij Militaire Verkenningen werd door hem vervuld tot 1856 toen hij werd gedetacheerd bij het Topografisch bureau van het Ministerie van Oorlog en nadat hij van 1859-1860 een functie had vervuld bij het 3e Regiment Dragonders, volgde in 1860 zijn terugplaatsing bij het Topografisch bureau.
In 1861 werd de toenmalige Kapitein van der Star benoemd tot adjunct-chef van de Staf en waarnemend-adjudant van de 1e Militaire Afdeling in Noord-Brabant met als standplaats 's-Hertogenbosch.
In 1864 werd van der Star belast met de werkzaamheden “betrekkelijk de militaire mouvementen''.
Nadat in november 1868 de voorlopige Stafschool te Haarlem werd opgeheven werd in Breda een Stafschool opgericht, die als zodanig tot 1 november 1875 heeft bestaan. Aan deze Stafschool werd Majoor van der Star tot Directeur benoemd en hij zou deze functie uitoefenen van 1868 tot 1874.
Nu was er in 1871 in de leiding van de K.M.A. een plotselinge verandering gekomen, omdat de toenmalige Kolonel Engelvaart was aangezocht om Minister van Oorlog te worden.
Dientengevolge werd het bestuur over de K.M.A. voorlopig opgedragen aan de toenmalige Kommandant (= 1e Officier) Kolonel der Artillerie A. J. A. Gerlach, die echter om gezondheidsredenen al spoedig op non-activiteit werd gesteld.
Bij besluit van de Koning werd de Majoor van de Generale Staf van der Star benoemd in de dubbele functie van waarnemers Gouverneur en commandant van de Koninklijke Militaire Academie.
Op 26 januari 1871 arriveerde Majoor van der Star op de K.M.A. en vanaf die datum vervulde hij de functie van Gouverneur. De functie van commandant werd door hem waargenomen vanaf 4 februari 1871.
Het stond reeds van tevoren vast, dat deze functies van tijdelijke aard zouden zijn en op 14 februari 1872 werd Majoor van der Star dan ook eervol van deze tijdelijke functies ontheven toen een nieuwe Gouverneur werd benoemd.
Een grote carrière bleek nog voor hem te zijn weggelegd. Nadat hij in 1874 als Luitenant-kolonel was toegevoegd aan de Chef van de Generale Staf bleef hij in deze functie gehandhaafd toen hij in 1875 tot Kolonel werd bevorderd, maar in 1876 werd hij belast met de functie van Hoofdintendant van het leger.
In november 1877 werd Kolonel van der Star bevorderd tot Generaal-majoor en in dezelfde maand werd hij benoemd tot Chef van de Generale Staf, een functie die door hem tot aan zijn pensionering in 1890 zou worden uitgeoefend. Deze verdienstelijke officier overleed in het jaar 1904 te 's-Gravenhage, en verdiende ten volle de levende woorden die over hem werden gesproken door Luitenant-generaal F. de Bas, in diens feestrede op 11 maart 1914 t.g.v. het eeuwfeest van de Generale Staf.