user_mobilelogo

Expositie HVKMA

Expositieruimte is te bezoeken iedere dinsdag van 11.00 uur tot 16.00 uur. Kasteelplein Breda.

 

JavaScript must be enabled in order for you to use Google Maps.
However, it seems JavaScript is either disabled or not supported by your browser.
To view Google Maps, enable JavaScript by changing your browser options, and then try again.

Afdrukken

Luitenant-generaal der Artillerie H.G. Seelig
Gouverneur der KMA van 1836 - 1852.

Gouverneur Seelig 

 

Voorganger
C.A. Gunkel
Overzicht Gouverneurs Opvolger
Jhr. J.K. Ridder van Rappard

 

Loopbaan

 

Hendrik Gerard Seelig werd op 8 september 1785 te Neustadt Godens (Oost-Friesland) geboren en trad in 1803 in dienst als cadet bij het 2e Bataljon artillerie te Breda. Hij doorliep verschillende rangen en was ,,bombardier-majoor''  toen zijn Compagnie vrij on- verwacht werd ingescheept voor Curaçao.
Omdat het fregat Utrecht, waarmede de tocht naar de West werd gemaakt, bij Schotland schipbreuk leed werden de bemanningsleden, die het er levend hadden afgebracht door de Engelsen krijgsgevangen gemaakt en het zou tot 1 mei 1807 duren voordat Seelig de vrijheid weer terugkreeg.
In Nederland teruggekeerd werd Seelig als onderofficier geplaatst op het Bureau der Artillerie van het Ministerie van Oorlog.
In 1808 werd hij benoemd tot 2e Luitenant bij het Vereenigde Korps Artillerie en Genie. Bij de inlijving van ons land bij Frankrijk werd hij ingedeeld bij het 9e regiment Franse artillerie te voet, waarna hij naar Hamburg werd gezonden.
In 1812 bevond Seelig zich met zijn korps in de vesting Maagdenburg, waar hij zijn benoeming kreeg tot 1e luitenant en op 7 april 1813 werd hij aangesteld tot adjudant van de divisie-generaal Séroux.
In november 1813 werd hij bevorderd tot kapitein der 2e klasse en in maart van het daaropvolgende jaar werd hij kapitein der 1e klasse.
Nadat hij, na de capitulatie van de vesting Maagdenburg, naar Nederland was teruggekeerd, werd hij op 24 juni 1814 als kapitein-titulair geplaatst bij het 2e Bataljon artillerie van linie en spoedig hierna werd hij aangesteld als assistent bij de Artillerie- en Genieschool te Delft.1) In zijn Delftse tijd werd hij in 1815 bevorderd tot Kapitein der 2e klasse en le klasse.
In 1828 werd Seelig gedetacheerd bij de Geschutafdeling te Luik waar hij bleef tot aan de omwenteling van 1830.
Hij begaf zich toen naar Antwerpen om zich te voegen bij het 3e Bataljon artillerie nationale militie, waarbij hij op 5 januari 1830 tot majoor was benoemd.
Tijdens de opstand in België en ook in de twee daaropvolgende jaren voerde Seelig het bevel over de artillerie in de Citadel van Antwerpen. Daar heeft Seelig als Commandant van de artillerie grote roem behaald. In november 1830 werd hem al de Militaire Willemsorde 4e klasse verleend, maar tijdens het beleg van de Citadel in december 1832 wist hij zich op een buitengewone wijze door beleid en geestkracht te onderscheiden, door op meesterlijke wijze te strijden tegen de Franse overmacht.
Terecht verleende Z. M. de Koning hem dan ook hiervoor de Militaire Willemsorde 3e klasse en werd hij buitengewoon bevorderd tot luitenant-kolonel der artillerie.

Commandant DelpratNa zijn terugkeer uit Franse krijgsgevangenschap in juni 1833 werd Seelig naar Engeland gezonden voor de aankoop van geschut.
Op 10 juni 1836 werd Luitenant-Kolonel Seelig benoemd tot “Eerste Commandant'' (Gouverneur2)) van de Kon. Mil. Academie  en in die functie heeft hij vele jaren onschatbare diensten aan het militaire onderwijs bewezen in nauwe samenwerking met zijn uitstekende adviseur de toenmalige “Tweede commandant”  (Eerste Officier)2) Majoor-ingenieur I. P. Delprat.
Hun namen zijn onverbrekelijk verbonden aan de Koninklijke Militaire Academie voor de wijze, waarop zij als een ,,Twee-eenheid''  hun kunde en hun gaven hebben aangewend om de Academie tot grote bloei te brengen, zodat de K.M.A. tot ver buiten onze grenzen een uitstekende naam had.
16 jaar lang (!) heeft Seelig aan het hoofd van de Academie gestaan en dat is de langste bestuursperiode, die ooit door een Gouverneur is waargenomen.
Luitenant-generaal Seelig overleed te Ginneken op 3 oktober 1864.
Als een blijvend bewijs van erkenning voor de vele uitstekende diensten die hij Is wetenschapsman, als soldaat - wiens dapperheid spreekwoordelijk was -, én als Gouverneur aan ons land heeft bewezen, werd op 12 juni 1867 een monument op zijn graf te Ginneken opgericht, met het opschrift: ,,Den Luitenant-Generaal Hendrik Gerard Seelig toegewijd door zijne vereerders, en aan de keerzijde "Hulde aan krijgsmansdeugd en wetenschap”.
Op de Heldengalerij van het Kasteel, waar zich de schilderijen bevinden van Luitenant-Generaal Seelig en Generaal-Majoor Delprat, werd als een blijvende herinnering aan deze Gouverneur een model geplaatst van bovengenoemd monument.
De naam van Luitenant-Generaal Seelig zal ook altijd verbonden blijven aan de Heldengalerij, want op zijn initiatief werd de Heldengalerij in 1839 opgericht.
Tenslotte eerde de stad Breda deze twee grote “vertegenwoordigers der wetenschap'' door in 1871 de Noordbinnensingel en Noordbuitensingel te herdopen in Seeligsingel en Delpratsingel.

 notes
1) De artillerie- en Genieschool te Delft werd opgericht bij Besluit van de Souvereine Vorst van 24 februari 1814 no. 162. Bij Besluit van Z. M. Koning Willem 1 van 29 mei 1826, no. 27 werd de artillerie- en Genieschool te Delft opgeheven en de oprichting aangekondigd van de Koninklijke Militaire Academie 
2) In de periode 1836-1841 was de titel van Gouverneur veranderd in die van Eerste commandant. De Eerste Officier werd in het zelfde tijdvak Tweede Commandant'' genoemd.